Ongezien talent als antwoord op de krappe arbeidsmarkt
- 16 oktober 2026
Krapte op de arbeidsmarkt
De druk op de Nederlandse arbeidsmarkt blijft onverminderd hoog. Actuele cijfers van het CBS uit juli 2026 tonen een aanhoudende krapte over de volle breedte van de economie, met 95 openstaande vacatures per 100 werklozen in het tweede kwartaal van 2026. Daarnaast laat de spanningsindicator van het UWV zien dat 86 van de 93 beroepsgroepen worden getypeerd als ‘krap’ of ‘zeer krap’.
Bedrijven in sectoren met een tekort aan werknemers ondervinden deze tekorten dagelijks op de werkvloer. De Rijksoverheid probeert deze krapte te bestrijden, onder andere via het stimuleringsprogramma ‘Meer uren werkt’. Dit programma moedigt huidige deeltijdwerkers aan om wekelijks enkele uren extra te draaien. Bijvoorbeeld door flexibele roosters, het combineren van taken en functies en andere initiatieven. Meer gewerkte uren dringen de personeelstekorten terug, maken burgers economisch zelfstandiger en zorgen voor een verhoging van het nationale BBP. Daarnaast verhoogt dit de inkomsten uit loonbelasting om de nationale begroting sluitend te houden.
Voor veel organisaties is deze oplossing op de werkvloer desondanks onvoldoende. De komende jaren bereikt de vergrijzing in Nederland haar piek. Er stromen veel meer oudere werknemers uit met pensioen dan dat er jongeren de arbeidsmarkt op komen. Zelfs als alle huidige deeltijdwerkers in Nederland er twee of drie uur per week bij pakken, weegt dat niet op tegen de uitstroom van gepensioneerde medewerkers.
Onderzoek stelt dan ook vast dat de krapte blijvend is. Als je die toekomstige krapte meeneemt, is het overheidsbeleid van een paar uurtjes extra een druppel op een gloeiende plaat. Operationeel leiders worstelen daardoor continu met gefragmenteerde roosters. Werkgevers hebben behoefte aan meer personeel dat structureel inzetbaar is op volledige werkdagen.
Kijk verder dan de standaard
Terwijl veel organisaties strijden om precies dezelfde kandidaten, blijft een grote groep arbeidskrachten in Nederland onzichtbaar. Volgens advies van bijvoorbeeld de Sociaal Economische Raad vormen nieuwkomers een van de weinige groepen die het totale arbeidsaanbod in Nederland nog wezenlijk kunnen vergroten. De Adviesraad Migratie stelde onlangs vast dat Nederland 330.000 mensen met een migratieachtergrond telt die direct kunnen werken. Dit arbeidspotentieel bestaat grotendeels uit statushouders en gezinsmigranten. De Sociaal Economische Raad benadrukt in een recent advies de ernst van dit onbenutte potentieel. Acht jaar na het ontvangen van een verblijfsstatus is slechts 57 procent van de statushouders aan het werk. Als we kijken naar het vrouwelijke deel, werkt zelfs maar 22 procent. Wie wel werkt doet dat veelal via flexibele contracten en in deeltijd.
De Sociaal Economische Raad stelt dat de huidige wetgeving rondom inburgering en participatie in de praktijk op elkaar botst. Statushouders zijn verplicht om in te burgeren met taallessen en examens. Die vaste lesmomenten overdag botsen vaak met een normaal werkrooster. Daar komt een forse financiële drempel bij. Zodra statushouders afhankelijk zijn van een uitkering en toeslagen voor huur en zorg, ontbreekt het overzicht. Mensen durven de stap naar betaald werk nauwelijks aan omdat ze niet overzien wat dit financieel betekent voor hun toeslagen. Daarnaast zijn de vele flexibele contracten bij nieuwkomers ook een probleem. Statushouders die wel de stap maken naar werk verliezen daarbij hun sociale bijstand. Om dit dan in te ruilen voor een onzekere flexibele baan, is een keuze die de meeste statushouders niet maken. Daardoor blijven nieuwkomers vaak noodgedwongen in de bijstand of in tijdelijke deeltijdbanen onder hun niveau. Dit veroorzaakt direct verlies van vakkennis en verloop op de arbeidsmarkt. De Sociaal Economische Raad adviseert de overheid daarom om volwaardige arbeidsparticipatie vanaf dag één leidend te maken.
Bewezen motivatie vraagt om actie
Nieuwkomers zoeken naar vastigheid en een volwaardige werkplek in de samenleving. Uit gesprekken van de Sociaal Economische Raad met statushouders blijkt een grote gedrevenheid om kennis en ervaring in Nederland in te zetten. Ook bij Heroyam zien we dagelijks gemotiveerde nieuwkomers, die elke kans aanpakken om te kunnen bouwen aan hun toekomst. Velen grijpen stages en vrijwilligerswerk aan, bijvoorbeeld bij het COA, om de Nederlandse taal te oefenen en een netwerk op te bouwen. De bereidheid om te integreren en economisch zelfstandig te worden is sterk aanwezig.
Toch blijft hun werkelijke potentieel voor werkgevers vaak onbenut. Momenteel heeft 75 procent van de werkende statushouders een tijdelijk contract. Hier ontstaat een mismatch met de vraag van bedrijven. Waar de overheid deeltijdwerkers vraagt om twee of drie uur extra te werken laten werkgevers complete werkweken liggen. Uit gesprekken van de Sociaal Economische Raad blijkt dat statushouders juist voltijds aan de slag willen. Ook bij Heroyam zien we dagelijks dat kandidaten graag volledige weken draaien. Zij willen zo veel mogelijk meedraaien in vaste ploegendiensten en dagroosters.
Van advies naar de praktijk
Als je als organisatie nu investeert in nieuwkomers bouw je aan een toekomstbestendig en divers team. Organisaties die nieuwkomers inzetten voor voltijds werkweken kunnen hun bezettingsproblemen oplossen. Daarnaast draagt dit ook gelijk bij aan de krapte op de arbeidsmarkt, kan er bespaard worden op uitkeringen en worden maatschappelijke zorgkosten verlaagd.
Kijk puur naar de cijfers van één persoon:
Een statushouder in de bijstand kost de overheid jaarlijks:
Dat is gemiddeld zo’n 25.000 euro per jaar, per persoon.
Zodra iemand voltijds aan het werk gaat, valt die kostenpost nagenoeg helemaal weg. Daar komen de inkomsten uit loonbelasting en premies nog eens bovenop, goed voor ruim 10.000 euro per jaar. Onder de streep levert de overstap naar een voltijdbaan de maatschappij dus jaarlijks ruim 35.000 euro per persoon op. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Werkgevers vullen hun diensten structureel in en de druk op de publieke middelen neemt direct af.
Dit vraagt wel om een bewuste aanpassing in het wervingsbeleid. Werkgevers moeten het plaatje van het ‘schaap met vijf poten’ loslaten. Te vaak zien we bij Heroyam nog dat werkgevers wanhopig op zoek zijn naar kandidaten voor een bepaalde positie, maar wel een perfecte match verwachten op het gebied van taal, cultuur en diploma’s. Helaas is dit een luxe geworden die de meeste organisaties zich niet meer kunnen veroorloven.
De Sociaal Economische Raad stelt daarom nieuwkomers in Nederland als oplossing. Het advies luidt bijvoorbeeld om het werken en het leren van de taal direct te combineren. Een parallelle aanpak werkt in de praktijk veel beter dan tijdelijke leertrajecten waarbij de kandidaat eerst in de schoolbanken zit (zie artikel: Eerst de taal leren en dan pas werken? Waarom die volgorde niet werkt).
Investeer ook gelijk in het aanleren van cultuur en het opleiden van een nieuwkomer. Werkgevers spelen een sleutelrol door nieuwkomers actieve begeleiding en ruimte voor opleiding te bieden. Een doordachte begeleiding in de beginfase betaalt zich al binnen enkele maanden terug in stijgende productiviteit en betrokkenheid. Organisaties die deze adviezen omzetten in daden kunnen hiermee een voorsprong creëren op de concurrentie.
Het duurzaam inzetten van deze doelgroep vraagt om marktkennis. Je wilt als organisatie nieuw talent de ruimte geven zonder vast te lopen in wisselende overheidsregels rondom verblijfsstatussen en inburgering. Een samenwerking met een gespecialiseerde partner zoals Heroyam biedt in dat geval direct zekerheid. Jouw organisatie behoudt de dagelijkse regie over de medewerkers op de werkvloer.
Het potentieel
Een paar losse uren lossen het personeelstekort niet op. Organisaties zoeken mensen voor volledige diensten. Nieuwkomers willen die uren juist maken. Zo vul je het rooster structureel in met mensen die willen blijven.
Is er nog ander onbenut arbeidspotentieel dat jij ziet in Nederland?